|
2. Alle kinderen naar school |
|
Iedereen minimaal basisonderwijs In ontwikkelingslanden gaan miljoenen kinderen nog niet naar school. Vaak worden zij thuis gehouden om mee te helpen in het huishouden of om een bijdrage te leveren aan het gezinsinkomen.
Verplicht en toegankelijk basisonderwijs is een belangrijk middel in de strijd tegen kinderarbeid. Het geeft kinderen de kans om zich verder te ontwikkelen waardoor hun kansen in het leven toenemen. Dit komt uiteindelijk de hele maatschappij ten goede. Daarom moet ervoor gezorgd worden dat in 2015 alle kinderen overal ter wereld basisonderwijs kunnen volgen en afronden.
Voortgang Op dit millenniumdoel is aanzienlijke vooruitgang geboekt. In 1990 ging 80 procent van de kinderen in de basisschoolleeftijd naar school, in 2007 was dat gestegen tot 88 procent. Deze stijging zien we overal. Vooral Zuid-Aziƫ heeft grote stappen vooruit gezet. In deze regio is het percentage kinderen dat naar de basisschool gaat gestegen van 72 procent in 1990 naar 90 procent in 2007. Zelfs in Sub-Sahara Afrika, dat op veel andere millenniumdoelen slecht scoort, is dit percentage gestegen van 54 naar 74 procent.
Voor het voortgezet onderwijs liggen deze cijfers minder rooskleurig. Slechts 54 procent van de kinderen geniet in ontwikkelingslanden voortgezet onderwijs, in Sub-Sahara Afrika is dat nog geen kwart van de kinderen.
Hoewel het natuurlijk positief is dat steeds meer kinderen naar school gaan, moet er nog veel worden gedaan aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Zo zijn er in veel landen onvoldoende docenten waardoor klassen uitpuilen en is er te weinig schoolmeubilair. Ook verlaten veel leerlingen zonder diploma de school, waardoor ze later minder kans hebben uit de armoede te komen.
(laatst bijgewerkt: juli 2009)
|